De kantoorman

Niemand is stoerder dan de kantoorman. Voor mij als losgeslagen oermens is het kantoor de ultieme plek om mijn driften de vrije loop te laten. Wild, onbesuisd en roekeloos. Niets is spannender en avontuurlijker dan een wilde dag op kantoor. Het kantoor is een plek voor échte mannen, een plek voor mannen die het gevaar met open ogen in de bek staren en er tegelijkertijd nog een envelop bij dichtlikken ook. Jazeker, en óf een kantoor gevaarlijk is: haperende perforators, puntige scharen, plakkende papiertjes, draaiende stoelen… op kantoor zit een ongelukje in een hele, hele grote hoek. Hier is geen plek voor doetjes. Dit is waar het onderscheid gemaakt wordt tussen de groentjes en de échte mannen. De echte kantoorman is stoer, heel stoer. En ik ben een kantoorman, dus ik ben stoer. Yeah…

Vanmorgen was ik mijn wekker alweer te snel af. Victorie! Wekkers zijn duidelijk voor mietjes. Hoe vaak die wekker het ook probeert, ik als rasechte kantoorman sta natuurlijk ver voor dag en dauw op om mij in mijn stoere kantooroutfit te hijsen. Vandaag kies ik voor een pak. Met een stropdas. Erg indrukwekkend zie ik eruit. Ik strijk mijn haartjes nog eens glad naar achter en knik tevreden naar mijn uitdagende krijtstreepje: yes, en óf ik stoer ben! Vol opwinding verlaat ik mijn woongrot en trek de wijde zakenwereld in, het grote kantooravontuur tegemoet. Mijn koffertje voelt aan als een stenen knuppel waarmee ik alle concurrentie glansrijk uit het veld mep. Opgetogen spring ik in mijn stalen ros om met trillende handjes het stuur beet te pakken. Ik ga het geluk tegemoet, ik ben op weg naar kantoor. Ik hoop dat ik er als eerste ben en een voorspoedige reis zal beleven, maar helaas. Vanaf de drinkplaats bij knooppunt Hoevelaken zie ik dat ik niet de enige ben die er zin in heeft. Honderden andere gelukszoekers staan in de rij om achter hun hemelse buro te mogen kruipen. Deze file is heftig. Het is een langdurig gevecht om de koppositie, maar de hoofdprijs liegt er dan ook niet om: wie mag het eerst aan de slag, wie rukt zich als eerste los uit deze kudde vol enthausiaste kantoorhelden…

Met het zweet op mijn voorhoofd bereik ik na veel geploeter eindelijk mijn doel en vol opwinding zie ik dat de parkeerstal naast het kantoor nog helemaal leeg is. Deze dag begint goed! Bewapend met mijn pasje sta ik als eerste aan de hemelpoort maar het is tevergeefs: half 6, het kantoor is nog gesloten. Ten einde raad begin ik uit wanhoop maar te popelen, wat te doen? Juist als ik op het punt sta om er van de zenuwen gewoon maar een eind aan te maken is het onverwachts dan toch het geluk dat mijn pad treft. Blijkbaar zijn de kantoorgoden mij vandaag gunstig gezind want na slechts anderhalf uur uitbundig gepopel mag ik toch eindelijk naar binnen. Als een malle ren ik langs de receptioniste die me in haar slaperige ooghoek nog maar net voorbij ziet flitsen. Kut, volgende keer proberen sneller te zijn dan het licht. Licht is voor mietjes. Al mijn energie en levenslust gooi ik eruit op deze werkdag, en met resultaat. Zoveel te doen en zoveel tijd! Vandaag is een goede dag. Ik heb een brief geschreven, een papiertje geperforeert, een telefoontje gepleegt en in mijn golf van succes heb ik zelfs een grap weten te maken (ik had iemands nietmachine verstopt, ik kwam niet meer bij van het lachen). Het absolute toppunt van mijn glorie bereikte ik echter toen ik het restje taart van de jarige collega mee naar huis mocht nemen. Iedereen was aan de lijn dus na het trakteren bleken er vijf plakken taart over te zijn! Kun je het je voorstellen? VIJF stukken!! Ik neem ze mee terug naar mijn grot, de vrouw zal trots zijn.

Tevreden en voldaan zit ik met een oppermachtig gevoel in mijn stalen ros terug op weg naar mijn grot. Het is een mooie grot, met een dakkapel en een vlekkeloos aangeharkt grasveld. Mijn buren kunnen niet anders dan jaloers zijn op mijn indrukwekkende territorium. Nu alleen die riskante laatste meters naar de voordeur nog. Het gevaar loert overal, en het zal echt niet de eerste keer zijn dat mijn buurman in een hinderlaag ligt te wachten om mij nietsvermoedend omver te duwen en er met mijn plakjes taart vandoor te gaan. Een oerlul is het. Maar vandaag win ik! Mijn buurman is in geen velden of wegen te bekennen en met de vijf plakken taart stevig onder mijn arm gedrukt trek ik een sprint alsof mijn leven er vanaf hangt. In zekere zin is dat ook zo, want zonder deze prooi vindt mijn vrouw mij niet stoer genoeg en kan mijn toekomstige nageslacht het wel schudden. Niet op deze victorieuze dag! Vandaag lukt alles! Eenmaal veilig binnen in mijn grot zoek ik snel het vrouwmens op en gooi ik op imposante wijze de stukken rouwe taart aan haar voeten op de grond. De kersensaus vliegt in rode spetters tegen de muur en aan haar grote ogen zie ik dat ze onder de indruk is. Dit gaat goed, wat een dag! Wat zal de vrouw tevreden zijn over mijn jacht! Het tegendeel blijkt waar. Ik ben zogenaamd “te laat” en ze had al gekookt. Ze vraagt ‘waarom ik nou godverdomme ook nog met verlepte taart door de kamer begin te smijten?’. Maar ik weet wel beter. Ik weet hoeveel ik heb moeten slijmen voor die taart. Vrouwen begrijpen dat niet. Zij begrijpen gewoon niet hoe de jacht werkt. Een teder compliment en een goede beurt zouden op zijn minst gepast zijn, maar in plaats daarvan sleurt ze mij aan mijn zorgvuldig gladgestreken haren de grot uit. Dit had ik niet aan zien komen. Plotseling sta ik op straat en wil de vrouw me nooit meer zien. Lastig, hoe nu voort te planten? In de verte zie ik nog net hoe mijn stalen ros wordt weggesleept door de aasgieren van de parkeerwacht. Kennelijk had ik mijn ros op het verkeerde territorium te grazen gezet. Kut is dit, erg kut. Een veelbelovende kantoordag eindigt op straat, onder de naakte sterrenhemel en de misvormde glimlach van de maan. Daar lig je dan. Mijn gedachten dwalen af naar de moeizaamheid van mijn zware bestaan. Zou het leven van alle kantoormannen zo onvoorspelbaar zijn?