De ontgroening

Week 1:

Dit is de eerste week van mijn ontgroening. Vol verwachting kijk ik uit naar de eerste dag van de rest van mijn leven. Misschien dat ik nu eindelijk eens mee ga maken hoe het is om vrienden te hebben. Van die échte vrienden, niet mijn trouwe maar virtuele clangenoten uit World of Warcraft. Wie weet zeg, misschien dat ik ooit nog wel een meisje dronken genoeg zal krijgen om haar ongemerkt te kunnen palen. Maar eerst de ontgroening. Ik heb mij helemaal af moeten sluiten voor de buitenwereld. Voor mij was dit gelukkig niet zo moeilijk omdat de buitenwereld zich nooit iets van mij heeft aangetrokken. Ik heb geen vrienden of kennissen om afscheid van te nemen en mijn ouders vinden het alleen maar fijn dat ze me nu drie weken niet hoeven te slaan. Daar hebben ze die zevenduizend euro ontgroeningskosten en contributiegeld graag voor over.

De ontgroening begon rustig met een inleidende rondleiding door de stad. Terwijl ik naakt ondersteboven hing aan een kerstboom op een bakfiets heeft mijn begeleider mij de hele stad laten zien. Erg vriendelijk van hem. Ik ben deze week 17 kilo afgevallen maar doordat ik altijd een vuilniszak over mijn bovenlijf moet dragen valt dit helemaal niet zo op. Het clublied ken ik inmiddels ook al helemaal uit mijn hoofd. Het is best verwonderlijk wat een positieve werking een lange plank met spijkers wel niet kan hebben op je geheugen.

 

Week 2:

Elke avond huil ik mijzelf in slaap. Ontgroenen is toch best wel zwaar. Soms vraag ik mezelf wel eens af of ik wel de goede keuze heb gemaakt door bij deze studentenvereniging te gaan. Als ik mezelf tot mijn schrik betrap op zulke verschrikkelijke, onjuiste gedachten handel ik gelijk volgens het handboek. Terwijl ik het dispuutslied zing pak ik de zweep met spijkers en het dispuutslogo en geef mijzelf vol overgave 20 zweepslagen op mijn rug, 30 als het maar niet snel genoeg wil bloeden. Daarna ben ik meestal zo verzwakt dat ik zonder verdere foute gedachtes bezwijk in een diepe slaap. Goed gedaan. Het is allemaal een beetje afzien maar ik merk dat ik inmiddels een zeer hechte band begin op te bouwen met mijn lotgenoten. Wij ontsmetten elkaars wonden, vissen elkaar altijd uit de gracht waar nodig en kunnen de weg naar elkaars erogene zones steeds gemakkelijker vinden. Door het plezier dat ik beleef in het intieme contact met mijn vrienden verliep deze week over het algemeen vrij snel. Wij zijn een hechte kliek.

Week 3:

De ontgroening lijkt eindelijk zijn vruchten af te werpen. Ik heb inmiddels een gezonde afkeer ontwikkeld voor mensen die anders zijn dan ik. Ik kan erg goed op mensen neerkijken en deins er niet langer voor terug om buitenstaanders uit te schelden of lichamelijk te molesteren. Ik kan bovengemiddeld brallen, vind het best lekker om publiekelijk vernederd te worden en mijn wonden genezen over het algemeen best snel. Ook de dagactiviteiten gaan mij steeds beter af. Ik kan inmiddels bijna vijf minuten mijn adem inhouden onder water of bier, verbrandingen voelen alleen in het begin nog wat ongemakkelijk, en mijn anus kan zich inmiddels uitrekken tot ruim 11 centimeter. Ook de dames beginnen mij langzaam te zien staan. Ik mocht deze week de schaamstreek van een oudgediende waxen en toen ik tegen een tweedejaars meisje aanliep mocht ik de onderkant van haar schoenzolen helemaal schoonlikken. In het profiel van haar schoenzolen zaten wat hardnekkige stukjes modder en een sigarettenpeuk, maar ze leek erg onder de indruk van de volledige overgave waarmee ik mij op mijn taak stortte. Als mijn versierpogingen op dit tempo doorgaan ben ik van plan om binnen vier jaar een echte tiet te kunnen voelen.

De eindceremonie

Als ik mijn ogen open kijk ik in de bezorgde ogen van de verpleegster van de afdeling Spoedeisende Hulp. De barstende koppijn en mijn leeggepompte maag vertellen mij dat de eindceremonie goed is gegaan. De verpleegster probeert mij de ernst van mijn breed uitgescheurde anus uit te leggen maar ze dringt niet echt tot me door. Ik ben trots of mijn prestatie. Na die zeven emmers vodka was ik zo verdoofd dat die barkruk er bijna volledig in ging. Onder luid gejoel van mijn dispuutgenoten zette ik mijzelf aan de kant voor het hogere belang van het dispuut. Stukje bij beetje ging de kruk verder totdat mijn lichaam het helaas opgaf en ik flauwviel van de pijn. Nu lig ik hier op de EHBO, te wachten op mijn vrienden van de vereniging. Na een paar uur ongeduldig wachten verschijnt daar eindelijk mijn begeleider. Ik verwacht goed nieuws maar helaas: door mijn comateuze toestand heb ik niet de gehele ontgroeningsperiode doorlopen en ben ik dus niet toegelaten tot het dispuut. Bovendien (en hier waren ze erg streng op) waren zij van mening dat als ik niet eens fatsoenlijk een barkruk in mijn reet kan stoppen ik niet waardig genoeg ben om lid te mogen zijn van hun dispuut. Helaas. Gelukkig is er wel een klein lichtpuntje: ze hebben zo hard om mij kunnen lachen dat ik het volgend jaar gewoon weer mag proberen. Hier ben ik zeer blij om en dus ik begin gelijk maar te oefenen voor de volgende keer. Het is een beetje doorduwen, maar dat ziekenhuisbed moet en zal vandaag nog mijn hol ingaan!