Hoe Kees ooit Joep werd

De regen tikte zachtjes tegen het raam. Dit in tegenstelling tot de baksteen, die beduidend harder tegen het raam tikte. Onder luid gerinkel vloog de gebakken steen door het glas om Kees op onsubtiele wijze een boodschap over te brengen. Aan de baksteen zat namelijk een briefje gestrikt met daarop de woorden "Kees is een lelijke naam". Kees, die tot op heden in de vooronderstelling leefde dat hij een waanzinnige prachtnaam had, was hier redelijk van onder de indruk. Niet alleen moest hij nu zijn raam vervangen, ook zijn voornaam was kennelijk aan een grondige makeover toe. Voorzichtig stak Kees zijn hoofd door de resten van zijn raam om te zien wie de afzender van deze heldere boodschap was. In zijn aangeharkte voortuin zag hij een dame van middelbare leeftijd met een roze bivakmuts staan. Een goede vermomming, maar de bloemetjesjurk en de kaplaarsjes met tijgerprint konden de identiteit van zijn moeder helaas niet verbergen.

"Mama, hou daar toch eens mee op! Je hebt mij zelf zo genoemd. Kon je niet eerder bedenken dat je Kees een walgelijke naam vindt?". Verslagen ontdeed zijn moeder zich van haar vermomming. Met de roze bivakmuts in haar handen vroeg ze "hoe wist je dat ik het was?". Al zuchtend antwoordde Kees "we hadden om half vijf afgesproken, dus ergens verwachtte ik je al rond deze tijd. Ik zal morgen mijn naam veranderen als je er echt zo mee zit. Dan moet je alleen wel beloven dat je de volgende keer gewoon een SMS'je stuurt. Die bakstenen beginnen een beetje op te stapelen hier". "Mooi", zei de moeder, "dan hoef ik nu ook niet meer binnen te komen. Tot ziens". De moeder keerde zich om en huppelde sierlijk terug naar huis. Kees ging een tosti maken.

De volgende dag ging Kees naar het gemeentehuis om zijn naam te veranderen. Joep vond hij een erg mooie naam: kort en exotisch. Het was met stip zijn lievelingsnaam. Na een uurtje wachten mocht Kees eindelijk aantreden aan het loket. "DOE MIJ EENS JOEP NOEMEN!" riep hij uit volle borst. Kees had moeite met zachtjes praten tegen ambtelijke instanties. Zo geschreeuwd zo gedaan, en na een korte uitwisseling van pasfoto's en voorletters sprong Joep tevreden op zijn fiets om zijn moeder het heuglijke nieuws te vertellen. Eenmaal bij zijn ouderlijk huis aangekomen raapte Joep de baksteen op die zijn ouders altijd onder de deurmat bewaarden en gooide deze vol overgave door de voordeur. Zijn moeder stapte uit het raam en zei: "Hallo zoon. Hoe gaat het vandaag met je?". "Verrukkelijk" antwoordde Joep, terwijl hij zich bij zijn moeder legitimeerde. De moeder bestudeerde het document, keek met enige argwaan naar haar zoon, toen weer naar het document, pulkte wat aan de vlechtjes in haar snor en zei tenslotte "Joep, ietwat exotisch, I like". Moeder en Joep gaven elkaar een ferme handdruk. "Je vader zal trots op je zijn. Je weet hoeveel waarde Engelbert hecht aan een fatsoenlijke voornaam". Joep knikte zijn hoofd instemmend tot hij een spiertje verrekte. "Inderdaad moeder. Doe vader de groetjes van me. Ik moet nu snel naar huis om een tosti te maken". De moeder keek trots naar haar kroost en zei: "Dat is een heel goed idee Joep, geniet er maar lekker van". 

En zo is Kees ooit Joep geworden.