Wintersport… serieus!

Als er twee dingen zijn waar ik een hekel aan heb zijn het wel winter en sport. De winter is kut omdat het dan koud is, de zon nooit schijnt, er geen festivals zijn, je vingers koud worden als je buiten moet roken, je geld continu op is, meisjes veel te veel kleren dragen, enzovoort enzovoort. Sport is natuurlijk gewoon kut omdat je er moe van wordt en je telkens omvalt, simpel. Eerlijk gezegd snap ik ook gewoon niet wat mensen nou zo leuk vinden aan verliezen. In de sportwereld zijn er per definitie vele malen meer losers dan winnaars en toch blijft iedereen het maar proberen. Grootschalige stumperij is het, niets meer en niets minder. Kortom, winter en sport zijn twee zaken waar ik uit volle borst van gruwel, dus je begrijpt dat ik dan ook behoorlijk verbaasd was toen ik afgelopen week merkte dat er iets bijzonder lekkers ontstaat als je deze twee vieze woorden aan elkaar knoopt. Min en min is plus zeg maar, voor de hogere wiskundigen onder ons…

 

Wintersport dus! Ik heb mij ooit laten vertellen dat dit best wel lollig zou zijn en daarom was ik mijzelf verplicht om het ten minste eens in mijn leven te proberen. Ik hou namelijk best wel van een lolletje. Zodoende heb ik een week geleden mijn stoute lederhose aangetrokken om mij aan te sluiten bij een groep van 14 van de heerlijkste mensen die ik kon vinden. Met geen idee wat me te wachten stond ben ik achterin de auto gestapt op weg naar de Lol van Tirol en nog geen tien uur later zat ik met mijn neus tegen de spectaculaire voorruit geplakt om me te verbazen aan de vele mooie besneeuwde bergtoppen. Daar ging gelijk mijn eerste vooroordeel: winter is blijkbaar niet algeheel klote. Tot voorkort dacht ik dat bergen standaard niet hoger konden worden dan de ongetemde wildernis van de Utrechtse Heuvelrug, maar kennelijk had ik mij vergist. Die bergen uit Tirol zijn minstens twee keer zo hoog en zijn warempel wit in plaats van groen/zandkleurig. Het witte spul waar ze die bergen mee ingesmeerd hebben noemen ze “sneeuw”. Inderdaad, dat is toevallig precies hetzelfde woord dat wij hier gebruiken om die grijsbruine drek langs de stoeprand mee aan te duiden.

Dan het tweede gedeelte: sport. Ik durf het eigenlijk nog steeds niet te zeggen en daarom zal ik hier dan ook niet openbaar toegeven dat ik het stiekem best wel leuk vond om op een plankje van een berg af te glijden. Ik zal niet zeggen dat ik het best wel lekker vond want sport is vies en raar. Je zal mij niet horen zeggen dat ik het fijn vond om de hele dag lekker buiten te zijn, lekker te bewegen, ’s-avonds lekker vertieft te zijn, gezonde spierpijn in je lijf te hebben en in slaap te vallen met de geruststellende gedachte dat er warempel tóch spieren in mijn lijf zitten. Of dat ik het stiekem ergens toch wel een beetje stoer vind om een pijnlijke sportblessure op te lopen. Ik draag mijn beursgeslagen zwarte bil met trots, een bewijs dat ik onmenselijke risico’s durf te nemen en zonder vrees lach in het gezicht van gevaar. Ik zeg niet dat het leuk is om pijn te lijden, maar wel dat het wel tof is om ergens beetje bij beetje steeds beter in te worden. De wereld in beweging is een nieuwe wereld voor mij en toch denk ik dat ik er best in zou kunnen aarden. Beweging is prettiger dan verwacht. Zo prettig zelfs dat ik na dit weekje voorzichtig met de gedachte speel om die sportschool aan de overkant van de straat eens van binnen te bekijken in plaats van er alleen maar vol onbegrip tegenaan te staren en alle bezoekers vermanend na te wijzen. En waarom ook niet, want sporten is namelijk best leuk als je het eenmaal een keertje gedaan hebt. (ai, nu heb ik het toch gezegd…)

Het allermooiste van een wintersportvakantie is echter nog wel die beruchte derde helft: après ski. De formule is simpel: men neme een lichaam. Wring het een hele dag helemaal broos en sla het een paar keer stevig plat op een hard oppervlak. Voeg er vervolgens heul veul bier aan toe en kijk hoe het geheel transformeert in een losgeslagen hoop zwabberende blijheid. Regelmatig omdraaien en afkoken met een flinke scheut bizarre rotmuziek (liefst van de Deutsche keurschlager) en zie daar: het verlepte lichaam gaat compleet uit z’n pan! Ik moet eerlijk zeggen dat ik persoonlijk mijn hand niet omdraai voor een ongezonde dosis lomp vermaak, maar dat het zo gemakkelijk zou gaan had ik niet verwacht. Alle kroegen in Tirol zijn gebouwd om op de tafels te dansen, compleet met verzwaarde barkrukken, opstapjes op kniehoogte en hendels aan de muren om voor zover mogelijk nog enigszins in evenwicht te blijven. Persoonlijk sta ik altijd open voor inheemse culturen dus wie ben ik om daar dan niet gretig gebruik van te maken? Daarbij moet ik wel gelijk toegeven dat ik geholpen werd door de besten. Stuk voor stuk waren mijn reisgenoten ervaren Mensen Van Het Goede Leven. Met dit volk kan iedereen een week lang op en neer springen op een snowboard of een bar. Wat heb ik genoten van alle gezelligheid, flauwe grappen, gedeelde brakheid en collectieve zatheid. Bij deze dus nog één keer:

Bedankt allemaal!