Don't Touch that Stereo

Het een eind van een tijdperk is aangebroken. Grote kans dat het je helemaal ontgaan is, maar de stereotoren is stilletjes van ons heengegaan. Een groot verlies, want wie hield er nou niet van die lelijke grafbakken uit de tijd dat groter nog wel degelijk gelijk stond aan beter? Van die lompe kasten met het uiterlijk van een ongeboren sciencefiction embryo, stuk voor stuk geheime NASA-projecten om het mechanische genoom van de Transformers te ontrafelen. Elke knop had een eigen vorm en kleurtje, en het beroep VJ bestond gewoon nog niet omdat die venstertjes genoeg lichtshow waren voor elke gemiddelde buurtdiscotheek. De gaafste stereo's hadden zelfs van die knoppen waarmee je Super-Kickass-Turbo-Deluxe-Bass-Boom-Woofer-Power™ kon toevoegen aan je geluid. Als je erop drukte werden alle hoge tonen zorgvuldig uit je muziek gefilterd waardoor het leek alsof er een verroeste V2-raket opsteeg uit je slaapkamertje, terwijl de lampen zo spastisch tekeer gingen dat je er verstandig aan deed om een papieren zak over je hoofd te trekken uit voorzorg tegen een epileptische aanval. Maar hoe vreemd het ook klinkt, zelfs deze fantastische features konden het treurige lot van de stereotoren niet voorkomen. 

MP3 heeft de stereotoren definitief vermoord, en dat is toch wel zonde. Voor mij had die tijd iets magisch. Vanaf de dag dat ik mijn eerste cassettebandje van Queen overtapete op mijn dubbele (!) cassettedeck, tot de dag dat de Bombfunk MC's uit mijn speakertjes bliezen. Ik had een 7 CD-wisselaar terwijl ik maar 3 CD’s had. Ik had mijn stereo puur uitgekozen op uiterlijk en dat zag je. Mooi dat ie was! Soms zette ik er een stoel voor om er gewoon even verlekkerd naar te staren. Om het totaalplaatje compleet te maken had ik op een gegeven moment zelfs driekleurige discolampen gekocht. Het scheelde niet veel of er was een stroboscoop bij gekomen, maar op het laatste nippertje werd ik gelukkig tegen mijzelf beschermd door mijn banksaldo.

Met mijn stereotoren was het elke dag feest op mijn kamertje, maar als ik een verjaardagspartijtje had mocht niemand eraan komen. Deels uit angst dat iemand mijn kostbaarste bezit zou slopen of dat het mierdunne draadje van de antenne los zou schieten nadat ik hem net de avond van tevoren met veel plakband en moeite weer aan het plafond had geplakt. Maar ook uit angst dat iemand de verkeerde muziek aan zou zetten. Alleen ik wist of Coolio's Gangsters Paradise op kant A of kant B van het bandje stond. Ik wist uit mijn hoofd welke CD op welke positie in de schijfwisselaar zat. Mijn stereo en ik wisten dingen die niemand anders wist, en dat hield ik kostbaar in stand door een Stalinistisch regime te hanteren op feestjes en partijen. “Don't Touch that Stereo” was een motto waar ik mij destijds goed in kon vinden. Het waren geen gezellige verjaardagsfeestjes.

Helaas, die dagen zijn voorbij. Vaarwel lieve stereo. En ook al zal ik je nooit meer touchen, je MegaBassBoom klopt voor eeuwig na in mijn hart…

Amen