IJs is meer kapot dan je lief is


Losers! 2012 is nog maar net begonnen en de eerste grote nederlaag van Nederland zit er alweer op. Het is waar, we waren natuurlijk ook wel een beetje de underdog tegen de elementen, maar toch. Iedereen dacht dat we de weergoden dit jaar toch echt wel een poepje konden laten eten. Het ging allemaal zo lekker. De voorbereidingen liepen op rolletjes, vakanties werden massaal afgezegd en vrijwilligers werden als helden overgoten met koek en zopie. Menig natuurijs had het oranje schaatslegioen al verslagen. Het enige wat er nog te overwinnen viel was die Elfstedentocht. Zo dichtbij en toch weer verloren. Kakweergoden met hun schwalbes ook altijd. Het is niet te hopen dat dit de generale repetitie is voor het EK aankomende zomer, want ik weet niet of ik nog zo’n nederlaag zou kunnen verdragen.

 

Persoonlijk geef ik helemaal niks om schaatsen. Ik kan het niet supergoed: mijn schaatsvaardigheid komt niet verder dan wat spastisch klunen over een bevroren plas water. Ook dat professionele geschaats kan mij niet bijzonder boeien, tenzij er uiteraard iemand spontaan de verkeerde binnenbocht kiest en het hele land spontaan in rep en roer is. Het enige waar deze ophef mij om te doen is, is uiteraard die heerlijk Hollandse massahysterie. Daar kan ik nou echt van genieten. Lekker smullen van de emoties terwijl er in je onderbuik een gevoel kriebelt dat zegt dat je getuige bent van iets bijzonders. Ik geniet van spontaan ingelaste live-uitzendingen op televisie, met sprekers die hakkelend een mening hebben over een onderwerp dat ze niet hebben voorbereid. Ik hou van dat eindeloze mierenneuken over de kleinste details die tijdelijk van wereldbelang zijn. De afgelopen dagen ging het zelfs zo ver dat we het hadden over of de eenden al dan niet gekwaakt zouden hebben. Aan het kwakje van een eend viel namelijk af te lezen of die tocht wel of niet door zou gaan. Heerlijk, alsof een gevederde profeet daadwerkelijk bij machte is om het weer te beïnvloeden. Ik had het zelf niet kunnen bedenken.

Zelf had ik de afgelopen dagen continu flashbacks naar een bepaalde zomer waarin we een bepaalde finale verloren tegen een bepaald land waarvan ik de naam maar even niet zal noemen. Toen was de profeet vermomd als een hongerige inktvis, vandaag was hij een kwakende eend. De grote overeenkomst tussen deze evenementen is natuurlijk dat we in beide gevallen zó dichtbij waren, maar vlak voor de eindstreep toch weer vol overgave naast die felbegeerde pot pisten. Het Nederlandse talent om altijd net te verliezen begint inmiddels canonwaardige proporties aan te nemen. Ik begin dan ook ernstig te twijfelen of het toeval is dat de woorden ‘Nederland’ en ‘nederlaag’ maar twee letters verschillen. 

Omdat we het nu weer net niet gehaald hebben moeten we ons dan maar troosten door te doen waar we wel goed in zijn: stumperparades. Vorige keer deden we het ook, dus kom maar op met die rondvaarttocht over de grachten met 16.000 schaatsers die het allemaal net niet gehaald hadden. Als we de Rayonhoofden mogen geloven ligt er straks toch geen klodder ijs meer. Plek genoeg dus voor een colonne rondvaartboten en een leger aan mediavoertuigen. Dan beloof ik mijn oranje opblaasschaatsen in mijn hol te steken en al klunend in de gracht te donderen. Gewoon, omdat we eindelijk weer eens mogen!