Sneeuwpret

De sneeuwpret zit er weer bijna op: vanavond komen de olympische spelen ten einde. De schaatsen gaan weer in het vet, de ski’s worden weer gewoon als kapstok gebruikt en de rodelbaan wordt weer teruggevlogen naar het tikibad. De spelen hebben me nooit zo geboeid, maar doordat het dit jaar heerlijk midden in de nacht werd uitgezonden heb ik voor het eerst eens een beetje op zitten letten. En wat was het fijn om na het kroegen lichtjes beneveld naar zogenaamd ‘belangrijke’ televisie te kijken. Live, dus er kan van alles misgaan! En gelukkig ging er genoeg mis om mijn billetjes op het puntje van mijn bed te houden. Zo heb ik eerlijk gezegd best zitten smullen van al het nationaal schaatsleed wat onze natie te verwerken kreeg! Wat een blijheid, wat een verdriet, wat een moodswings: jawel, Nederland leek wel ongesteld.

Voor het eerst heb ik me verdiept in wat het worstvretend unoxvolk al jaren in de ban houdt, en ik snap nu eindelijk waarom. Geen beter vermaak dan leedvermaak. Bij shorttrack vliegen ze bij bosjes in de railing, en zelfs als ze niet omvallen in de 10 km zorgt een geweldige topcoach ervoor dat Nederland alsnog naast de pot pist. Of eigenlijk werd er wel degelijk in de pot gepist, maar die topcoach spande voor de grap wat keukenfolie over de pot zodat je toch over je eigen broek zeikt, heerlijk! Kemkers bedankt dat je ook aan de neutrale kijker denkt, ik heb ervan genoten!

Ook bij het kunstschaatsen is het genieten geblazen! Wat is het leuk om naar tollende meisjes in korte rokjes te kijken met de open optie dat ze zichzelf frontaal omver werpen. Hier zie je Murpey’s law op z’n best: als er iets mis kan gaan gaat het ook mis. Als ze gelijk bij het eerste hupsje al onderuit gaan kan je ervan uitgaan dat je een mooie rit te wachten staat: na een driedubbele salto zakken ze door het ijs, bij het tollen scheurt een rokje uit, onderweg wordt een schaats verloren en intussen altijd blijven lachen alsof het allemaal precies zo gepland was. En dan mag je eindelijk met het schaamrood op de kaken de ring verlaten, word je opgewacht door een vunzig vies oud mannetje dat ervoor betaald wordt om voor de wereldcamera troostend kleine trillende meisjes te knuffelen. Ranzig, verdriet, pijn, show… kuntschaatsen, begin er maar niet aan.

Wat me ook verbaasd heeft zijn die suicidale gekken die zich opgeven om achterstevoren op een sleetje head first met 140 km een tunnel uit laten scheuren. Skeleton noemen ze het, rodelen achterstevoren. Ik kan me serieus geen enkele situatie voorstellen waarin dat me een goed idee lijkt om te doen. Zelfs James Bond zou hier bovenop de berg toch echt het aanbod afslaan en zich nog liever keihard laten nemen door de Russen. Een levensgevaarlijke sport met de naam skeleton.. hoe bedenk je het!

Ondanks de spanning van het schaatsen, de snelheid van het rodelen, de kortheid van de kunstschaatsrokjes, de sport die mij uiteindelijk het meest geboeid heeft is en blijft altijd met stip curling! Wat is er heerlijker dan kijken hoe een stel bejaarde damnichten met het zweet op het voorhoofd een steentje over het ijs laten glijden. En ik vind het knap hoe ze zichzelf tijdens dat spastische bezemen alsnog kneiterserieus kunnen nemen. Hulde.

Zometeen is de sluitingsceremonie en kunnen ze het hele circus weer opdoeken. Zoals altijd en in elke sport vallen de Nederlandse resultaten weer tegen. Slechts 8 medailles, terwijl we er met z’n allen weer zo veel meer van verwacht hadden! Optimistisch volkje als we zijn. Hebben jullie trouwens ooit die teller bij het olympisch stadion gezien die aangeeft hoeveel medailles er al in de pocket zijn? Daar staan momenteel serieus de cijfers 008. Let hier vooral op de open optie dat Nederland warempel meer dan 99 plakken zou halen en dat het anders niet op de teller zou passen. Hoezo optimistisch? Dat wordt nog wat met het WK straks. Ik ben benieuwd wat voor nationaal trauma we dan weer op gaan lopen. Smullen wordt het in elk geval!